Informatieblad natuursteen

 

1. 

Natuursteen is een natuurproduct, een uniek object, waarvan de eigenschappen die voortvloeien uit de wijze van ontstaan, in aanmerking moeten worden genomen.

2. 

Optische eigenschappen moeten worden beoordeeld onder gebruikelijke omstandigheden, d.w.z. gebruikelijke kijkafstand en verlichting (striplicht wordt niet als beoordelingscriterium beschouwd).

3. 

Kleur, structuur en textuur van een gesteente worden bepaald door de verschillende materialen en hun ruimtelijke verdeling. Kleurverschillen in natuursteen zijn dan ook vanzelfsprekend. Conform DIN 18332 zijn kleur-, structuur- en textuurverschillen binnen dezelfde vindplaats expliciet toegestaan.

4. 

De processen van het ontstaan van natuursteen zijn geologische processen. Gedurende miljoenen jaren hebben veranderingen in de aardkorst geleid tot tektonische scheuren in sedimentgesteenten, die vervolgens weer zijn opgevuld en verstevigd met calciet. Dergelijke calcietaders zijn een natuurlijk verschijnsel dat tot de karakteristiek van veel kalkstenen behoort en het decor van de platen verlevendigt. Dergelijke aders moeten niet als een gebrek worden beschouwd. Bij kalkstenen met lagen, kleilagen, holtes, enz. behoren scheuren en zwakke punten in de structuur, die zijn ontstaan door de ontstaanswijze, tot de natuurlijke eigenschappen. Zij vereisen soms een bijzondere, vakkundige kittechniek, maar moeten in principe als onvermijdelijk worden aanvaard.

5.

Poriën zijn door de natuurlijke ontstaanswijze onvermijdelijk; het sluiten van deze poriën door te voegen is een bijzondere prestatie. Overblijvende of opnieuw opengaande poriën zijn geen gebrek, aangezien hiermee alleen de oorspronkelijke steenstructuur wordt hersteld.

6. 

De toegestane maatafwijkingen van afzonderlijke natuursteenplaten zijn gedocumenteerd in DIN 18332. Met betrekking tot de maattoleranties van bouwdelen van natuursteen gelden de eisen van DIN 18201 en DIN 18202, waarbij deze alleen moeten worden gecontroleerd als de aansluiting van verschillende bouwdelen duidelijk wordt beïnvloed. Oneffenheden in de oppervlakken van bekledingen en afwerkingen die zichtbaar worden bij striplicht zijn toegestaan, indien deze binnen de maattoleranties volgens DIN 18202 vallen.

7. 

Bij correcte toepassing en vooral bij het vermijden van stilstaand water/-vocht kan het risico op vorstschade nagenoeg worden uitgesloten. Een absolute vorstbestendigheid kan echter bij kalkstenen in principe niet worden gegarandeerd en hiervoor kan ook geen aansprakelijkheid worden aanvaard. Vermijd ook het gebruik van strooizout, aangezien deze materialen niet bestand zijn tegen strooizout.

8. 

Er mogen alleen zuurvrije, niet-corrosieve, alkalivrije en niet-krassende reinigingsmiddelen worden gebruikt die het oppervlak van de natuursteen niet kunnen aantasten.
Voor oppervlaktegestructureerde bekledingen (ruw gebroken, geschuurd, gezandstraald, gestampt, enz.) kunnen ook mechanisch werkende reinigingsmethoden (bijv. vezelpadmethode) worden toegepast.